0252-220540 info@acc-delange.nl
Aanmelden nieuwsbrief

De fiscale wetgeving wijzigt ieder jaar. Wij informeren u graag over een aantal belangrijke voorstellen van het Belastingplan 2018 die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd.

1. Tweede en derde belastingschijf inkomstenbelasting verhoogd
Het tarief in de tweede en derde belastingschijf in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bedraagt 40,80%. Een belastbaar inkomen uit box 1 (inkomen uit werk en woning) tussen € 19.982 en € 67.072 valt in 2017 in deze tariefschijven. Kortom, het inkomen van de meeste mensen wordt tegen 40,80% belast. Volgend jaar wordt dit tarief verhoogd naar 40,85%.

2. Verhoging inkomensgrens hoogste belastingtarief en verlaging tarief
Heeft u nu een belastbaar inkomen van meer dan € 67.072? Iedere euro die u meer verdient, wordt dan belast tegen 52% in plaats van 40,80%. Volgend jaar gaat deze inkomensgrens omhoog. U betaalt dan vanaf een belastbaar inkomen van € 68.507 over iedere euro het hoogste tarief in de inkomstenbelasting. Het tarief van deze hoogste schijf wordt wel verlaagd van 52% naar 51,95%.

3. Vervallen minimumlooptijden kapitaalverzekeringen nu wettelijk geregeld
De minimumlooptijden van 15 en 20 jaar voor het belastingvrij in box 1 benutten van een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) of een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) zijn op 1 april jl. vervallen. U moet de vrijgestelde uitkering uit een KEW, BEW of SEW wel gebruiken voor de aflossing van uw eigenwoningschuld.

Het vervallen van de minimumlooptijden geldt overigens ook voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten tussen 1 januari 1992 en 14 september 1999. De uitkering van deze kapitaalverzekeringen hoeft echter niet te worden aangewend voor de aflossing van een eigenwoningschuld.

4. Een jaar langer extra aftrek culturele giften
U kunt gebruikmaken van de multiplier voor de aftrek van giften aan culturele instellingen met een ANBI-status. Culturele giften mogen voor de aftrek in de inkomstenbelasting tot maximaal € 5.000 met een factor 1,25 worden vermenigvuldigd en in de vennootschapsbelasting met een factor 1,5. U kunt alleen van deze extra aftrekmogelijkheid gebruikmaken als de culturele instelling een ANBI is.

5. Inkeerregeling vervalt
Belastingplichtigen die inkomen of vermogen verzwijgen, krijgen vanaf 1 januari 2018 altijd een boete. Tot nu toe kan dit nog worden voorkomen wanneer zij binnen twee jaar nadat zij een onjuiste of onvolledige aangifte hebben gedaan, dit inkomen of vermogen alsnog aangeven. Inkeren kan na 1 januari 2018 nog wel aanleiding zijn voor matiging van de boete.

De huidige inkeerregeling blijft bestaan voor de aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten worden gedaan. Dat geldt ook voor informatie, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 hadden moeten zijn verstrekt.

6. Landbouwregeling vervalt: bereid u voor!
Bent u landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer? Dan maakt u nu mogelijk gebruik van de landbouwregeling. Deze regeling vervalt per 1 januari 2018. Er is wel een overgangsregeling getroffen.

De afschaffing van de landbouwregeling heeft gevolgen voor u en uw afnemers. U wordt dan over uw leveringen en diensten btw verschuldigd. Dat zal meestal 6% zijn. De keerzijde is dat u recht krijgt op aftrek van de btw die aan u in rekening is gebracht. Maar dit betekent ook dat u:

  • een btw-administratie moet gaan bijhouden; en
  • btw-facturen moet uitreiken aan uw afnemers; en
  • geen ondertekende verklaringen aan uw afnemers meer hoeft te verstrekken; en
  • periodiek btw-aangiften moet indienen bij de Belastingdienst.

Er is nog een ander gevolg. Vanaf 1 januari 2018 wordt u btw-plichtig en heeft u btw-aftrekrecht. Dat betekent ook dat u de niet afgetrokken btw die u heeft betaald op investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 heeft aangeschaft, alsnog wilt aftrekken. Daarvoor bestaan de herzieningsregels.

Doordat u aftrekrecht krijgt, rekent u geen niet aftrekbare btw meer door aan uw afnemers. Een opstapeling van doorberekende btw vindt daardoor niet meer plaats. Daarom komt ook de tegemoetkoming die uw afnemers hiervoor krijgen (een forfaitair aftrekrecht van 5,4% over de in rekening gebrachte bedragen) ook per 1 januari 2018 te vervallen.

7. Verdeling bij huwelijkse voorwaarden na 1 januari 2018
Als u nu trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat en u regelt onderling verder niets, dan bent u gehuwd/geregistreerd in algehele gemeenschap van goederen. Dat wil zeggen dat vanaf dat moment al uw bezittingen en schulden worden samengevoegd en u ieder voor de helft daarvan eigenaar bent. U bent over het vermogen dat hierbij onderling mogelijk overgaat tussen u en uw partner geen schenkbelasting verschuldigd.

Op 1 januari 2018 wijzigt het huwelijksvermogensrecht. Trouwt u vanaf die datum en regelt u onderling verder niets, dan trouwt u op basis van een beperkte gemeenschap van goederen. Dit komt er in beginsel op neer dat de gemeenschap van goederen wordt beperkt tot het vermogen dat u en uw partner opbouwen tijdens het huwelijk (partnerschap). Bezittingen en schulden die u elk had voor het huwelijk blijven privébezit. Dat geldt ook voor schenkingen en erfenissen die u ontvangt tijdens het huwelijk.

Huwelijkse voorwaarden en schenkbelasting
Wilt u niet op basis van de beperkte gemeenschap van goederen trouwen (registreren), dan kunt u vanaf 1 januari 2018 daar bij huwelijkse voorwaarden van afwijken. Zo kunt u bij huwelijkse voorwaarden regelen dat u toch op basis van algehele gemeenschap van goederen getrouwd bent. Maar ook een andere verdeling is mogelijk. Dit kan wel gevolgen hebben voor de schenkbelasting. Uitgangspunt is echter dat bij een gelijke gerechtigdheid tot het gezamenlijk vermogen (50%-50%) er geen sprake is van schenking. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een algehele huwelijksgemeenschap met gelijke delen voor de partners.

In de volgende situaties is schenkbelasting wel aan de orde:

  • de minst vermogende van u beiden krijgt bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een groter aandeel in het totale vermogen dan 50%; of
  • of de meest vermogende van u beiden krijgt bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een groter aandeel in het totale vermogen.

De schenkbelasting is dan verschuldigd voor zover het verkregen aandeel meer bedraagt dan de helft van het totale vermogen. Een vergelijkbare bepaling wordt ook voorgesteld voor de erfbelasting. Verder geldt het voorgestelde ook voor ongehuwde samenwoners die een notarieel samenlevingscontract sluiten.

8. Profiteer van verlaging tarief vennootschapsbelasting
De BV gaat volgend jaar minder vennootschapsbelasting betalen. De eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt dan namelijk verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 naar € 300.000 en in 2021 zelfs naar € 350.000. Winsten boven deze bedragen blijven belast tegen 25%. Het is dus interessant om winst uit te stellen naar volgende jaren. Winst uitstellen kan bijvoorbeeld door een voorziening voor groot onderhoud te vormen of een garantievoorziening of het activeren van bepaalde kosten, zoals onderzoeks- en ontwikkelingskosten.

9. Restschuldregeling eigen woning: eind in zicht
Sinds 29 oktober 2012 bestaat er een restschuldregeling die is bedoeld om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Verkoopt u uw woning voor minder dan de hypothecaire lening die u heeft, dan heeft u een restschuld. Deze restschuld is geen eigenwoningschuld in box 1 waarvan de rente aftrekbaar is, maar een schuld in box 3 waarvan de rente niet aftrekbaar is. De restschuldregeling biedt echter uitkomst. De rente op de restschuld is dan – onder voorwaarden – toch aftrekbaar in box 1 gedurende maximaal 15 jaar. De restschuld hoeft niet te worden afgelost. Na de periode van 15 jaar renteaftrek verhuist de schuld naar box 3. De restschuldregeling geldt alleen voor restschulden die zijn ontstaan in de periode 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017.

10.Afschaffing aftrek scholingsuitgaven uitgesteld tot 2019
U kunt onder voorwaarden scholingsuitgaven in aftrek brengen in uw aangifte voor de inkomstenbelasting. Deze aftrek zou vanaf 2018 worden afgeschaft en worden vervangen door een nieuwe niet-fiscale uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers. De invoering van deze nieuwe regeling vergt echter toch meer tijd dan eerst werd gedacht. Daarom wordt de bestaande aftrek van scholingsuitgaven nog een jaar langer voortgezet.

11. Ook afschaffing aftrek uitgaven monumentenpanden een jaar opgeschort
Ook de vervangende subsidieregeling voor de aftrek uitgaven voor monumentenpanden wordt pas op 1 januari 2019 ingevoerd. U kunt daardoor ook in 2018 de onderhoudskosten aan uw monumentenpand nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. De aftrek bedraagt 80% van de betaalde onderhoudskosten. Dit geldt zowel voor monumentenpanden die u als eigen woning in gebruik heeft als voor box-3-panden.

Ga terug

Gelieve dit veld leeg te laten.

Aanmelden Nieuwsbrief

MevrouwHeer